Jeugd HC Rhino

Jeugd HC Rhino

Handbal is een balsport tussen twee ploegen van elk zeven spelers. Men scoort door de bal in het doel van de tegenstander te werpen. Winnaar is het team dat bij de tegenpartij de meeste doelpunten maakt.

De kern van het spel, dat zowel door heren als door dames kan worden beoefend, wordt gevormd door twee belangrijke regels: de bal mag niet met het onderbeen en de voet worden gespeeld en een speler mag met de bal in de hand maar drie passen doen, dan moet hij hem op de grond stuiten of afspelen.

Spelregels

Na de loting (toss) door de scheidsrechter vangt het spel aan met de beginworp vanaf het midden van het speelveld, waarbij alle spelers op hun eigen helft moeten staan, op een afstand van drie meter van de middellijn. De bal mag met handen, armen, hoofd, romp, dijbenen en knieën willekeurig in elke richting geworpen, geslagen, gestoten, gestompt, gestopt en gevangen worden. De bal mag niet met het onderbeen en de voet worden gespeeld. Het is ook niet toegestaan met de bal in de hand meer dan drie passen te doen. De speler moet hem minstens één keer op de grond stuiten, alvorens hij nog eens drie passen mag doen. Daarna moet hij/zij hem definitief afgeven. Wanneer de speler de bal met beide handen vangt, mag deze hem niet langer dan drie seconden vasthouden of meer dan één keer op de grond stuiten. Met één hand mag men de bal zo vaak als men wil op de grond stuiten (tippen), zowel tijdens het lopen als op de plaats.

Een speler, de doelman/vrouw uitgezonderd, mag zich niet naar de liggende of rollende bal gooien. Om in het bezit van de bal te komen, is het geoorloofd de tegenstander deze uit de handen te spelen en hem met het lichaam te blokkeren. Het is echter niet toegestaan de tegenstander met armen, handen en benen te blokkeren, vast te pakken, tegen hem aan te lopen of hem de bal uit de handen te slaan. De doelman mag zijn doel op alle manieren verdedigen, maar zodra hij het doelgebied verlaat, gelden voor hem dezelfde regels als voor de veldspelers.

Doelpogingen mogen vanaf iedere plaats op het veld plaatsvinden maar men mag de lijn van het doelgebied niet overschrijden of aanraken, wel mag men bij de doelpogingen in het doelgebied springen of vallen, daarbij dient men ervoor te zorgen dat de bal de hand verlaten heeft voordat men neerkomt op de grond. Men spreekt van een doelpunt als de bal de doellijn helemaal is gepasseerd. Ook wanneer een speler in eigen doel schiet, levert dit een punt op voor de tegenpartij. Na elk geldig doelpunt stellen de spelers zich op zoals bij de beginworp, die dan wordt genomen door de partij waartegen het doelpunt is gemaakt.

Gaat de bal via de zijlijn uit, dan moet er vanaf de plaats waar deze de lijn heeft gepasseerd een inworp worden genomen. Dit gebeurt door de partij, waarvan de spelers de bal niet het laatst hebben aangeraakt. Als de bal over de achterlijn uitgaat en voor het laatst aangeraakt is door een veldspeler van het verdedigende team, dan geeft de scheidsrechter aan de aanvallende partij een hoekworp. De speler moet deze nemen aan de betreffende kant van het doel, op de plaats waar de zijlijn en de achterlijn samenkomen. Speelt daarentegen een speler van de aanvallende of de doelman van de verdedigende partij de bal over de achterlijn of over het doel, dan geeft de scheidsrechter een uitworp. Deze moet vanuit het doelgebied worden genomen door de doelman.

Wordt er bij een overtreding een vrije worp gegeven dan dient deze worp te worden genomen op de plaats waar de overtreding is begaan, doch ten minste 9 meter van het doel. Overtredingen die worden bestraft met een 7-meter worp dienen vanaf de strafworplijn als een directe worp op het doel te worden uitgevoerd. Hierbij mogen zich tussen het doelgebied en de vrijeworp-lijn geen spelers bevinden, ook mag de doelman de 4-meter markering niet overschrijden totdat de bal de hand van de werper verlaten heeft. Een scheidsrechterworp wordt gegeven, wanneer speler van beide teams gelijktijdig een overtreding hebben begaan of wanneer de scheidsrechter het spel om neutrale redenen heeft onderbroken.

Als een aanval te lang duurt doordat men niet door de verdediging kan komen of door passief spel om tijd te winnen, wordt door de scheidsrechter het signaal voor tijdspel gegeven. Dit gebeurt door het omhoogsteken van de hand. Hierna heeft men tien seconden om een doelpoging te wagen. Lichaamscontact is toegestaan bij het verdedigen, alle verdedigende acties moeten frontaal worden uitgevoerd. In alle andere gevallen volgt er een straf. Deze straf kan variëren van een vrije worp tot en met een diskwalificatie (direct rode kaart).

Straffen

Handbal kent de volgende straffen:

  • Vrije worp
  • 7-meter worp (penalty)
  • Waarschuwing (Gele kaart – bij volgende overtreding van dezelfde of zwaardere aard volgt een tijdstraf)
  • Tijdstraf (2 minuten – bij 3 tijdstraffen volgt een rode kaart)
  • Diskwalificatie (rode kaart)

Bij een zware overtreding krijgt een speler een waarschuwing of een tijdstraf. Bij zeer ernstige overtredingen kan er een directe rode kaart worden getoond, dit zijn overtredingen zoals het achterover trekken aan de schotarm of het duwen in de rug van een tegenstander.

De speler moet het veld verlaten en mag niet meer deelnemen aan het spel.

Speeltijden

Een senioren- en A-jeugd-wedstrijd duurt 2 x 30 minuten. Een B-jeugd- en C-jeugd-wedstrijd duurt 2 x 25 minuten. De D- en de E-jeugd spelen 2 x 20 minuten en een F-jeugd-wedstrijd duurt 2 x 15 minuten.

Cfr. Wikipedia